Draka maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren, het gebruiksgemak te vergroten.
Door gebruik te maken van deze website geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt bekijk dan onze cookie policy.

Veelgestelde vragen functiebehoud

 
 
 
Functiebehoud (FB) heeft betrekking op het gedurende langere tijd blijven functioneren van een kabel voor de overdracht van signalen en/of energie tijdens brand. Het functiebehoud van een kabel wordt getest in genormaliseerde brandproeven. Hieruit volgt een indeling in 3 categorieën: FB30, FB60 of FB90 (Duitse aanduiding: E30, E60 of E90) voor FB-kabels met minimaal 30, 60 of 90 min. functiebehoud.
 
terug naar boven
 
De begrippen komen voor in verschillende testen(DIN en NEN-EN, zie vraag 5) maar duiden dezelfde categorie functiebehoud aan (30 min.).
 
terug naar boven
 
  • Moeilijk brandbaar (IEC 60332-3)
  • Halogeenvrij / Low Smoke (IEC 60754 / 61034)
  • Functiebehoud 30, 60 of 90 min. (zie vraag 5)
 
terug naar boven
 
De rode mantel* in combinatie met de bedrukking, waarin o.a. het functiebehoud tot uitdrukking dient te komen. De rode mantel is standaard en voorgeschreven in NEN 2535 en NEN 2575.
*) Oranje FB-kabels (o.a. bepaalde Duitse en Zwitserse kabels) voldoen dus niet aan de Nederlandse normen.
 
terug naar boven
 
Alle FB-installatiematerialen incl. FB-kabels:
  • DIN 4102 deel 12
Extra voor FB-kabels (uitsluitend voor het functiebehoud):
  • NEN-EN 50200 (kabels met een Æ £ 20 mm)
  • NEN-EN 50362 (kabels met een Æ > 20 mm)
 
terug naar boven
 
Met name in brandbeveiligingsinstallaties zoals:
- Brandmeldinstallatie NEN 2535
- Ontruimingsalarminstallatie NEN 2575
- Noodverlichting/vlucht-wegaanduiding NEN-EN 1838 / 50171 / 50172
- Brandweer-/ontruimingslift  Brandbeveiligingsinstallaties (NVBR),
Brandveiligheidsinstallaties in gebouwen (Sdu)
- Brandblusinstallatie  idem 
- Sprinklerinstallatie  VAS, NEN-EN12845 / ontw. NEN 6094
- Rook- en warmteafvoer-installatie   NPR 6095-1 
- Overdrukinstallatie NPR 6095-2
 
terug naar boven
 
  • conform NPR 2576 én
  • conform NEN 1010 (zie ook vraag 21)
 
terug naar boven
 
FB-kabels dienen met FB-draagsystemen (beugels, kabelgoten, ladderbanen, etc.) en FB-bevestigingsmate-rialen (o.a. slag- of schroefankers) te worden geïnstalleerd. FB-kabels, -draagsystemen én –bevestigings-materialen behoren ten minste dezelfde FB-klasse (bijv. FB30 ofwel E30) te hebben als voorgeschreven in het PvE (Programma van Eisen) c.q. BdB (Basisdocument Brandbeveiliging).
 
terug naar boven
 
Gebruik in combinatie met FB-kabels naast metalen FB-materialen (ter ondersteuning/bevestiging) ook overige materialen (buizen, lasdozen, wartels, bundelbandjes/tie wraps, tape, etc.), die halogeenvrij en bij voorkeur zelfdovend zijn.
 
terug naar boven
 
  • Ja, in elke FB-installatie en ieder FB-systeem.
  • Een Draka LifeLine FB-kabel kan de plaats innemen van elke andere FB-kabel met dezelfde maat en FB-duur bij gelijkblijvende bevestigingsafstand.
 
terug naar boven
 
Altijd op het hoogste niveau boven alle andere installaties. In de praktijk lukt dit vaak niet en dient hoger gelegen installatiemateriaal (leidingwerk HVAC, riolering, etc.) zodanig te worden bevestigd dat het bij brand niet naar beneden kan vallen op een FB-transmissieweg dan wel dient de FB-transmissieweg zelf hiertegen te worden beschermd. Tevens dient men rekening te houden met de ondergrond waarop de FB-kabel wordt bevestigd (kwetsbare ondergronden, o.a. wanden van gipsplaat of hout, zo mogelijk vermijden door een ander tracé te kiezen of behandelen met een brandwerende coating).
 
terug naar boven
 
Voor het installeren van stijgleidingen met functiebehoud staan in de NPR 2576 twee methoden beschreven. De ene methode gaat uit van compartimentering van de kabelschacht door het aanbrengen van brandwerende doorvoeringen:
 
terug naar boven
 

De andere methode gaat uit van het regelmatig zijwaarts verleggen van de kabel volgens bijgaande tekening:

Bij het installeren van FB-kabels is extra zorgvuldigheid vereist. Ter beperking van mechanische spanningen, m.n. tijdens brand, geldt een aangepaste buigstraal. Verder is het zaak om net als bij standaard kabels de maximale trekkracht niet te overschrijden en torderen of kinken te vermijden, evenals het intrekken langs scherpe hoeken of randen.
 
terug naar boven
 
Het lassen in FB-kabels moet worden vermeden. Als dit niet mogelijk is dan dient, mét voorafgaande schriftelijke instemming van de bevoegde autoriteit, materiaal te worden gebruikt waarmee de doorverbinding ten minste dezelfde FB-klasse heeft als voorgeschreven.
 
terug naar boven
 
V.w.b. het aanvullen van FB-kabelgoten en -ladderbanen met kabels zonder functiebehoud tot het maximaal toegestane gewicht (veelal 10 of 20 kg per meter); gebruik hiervoor uitsluitend halogeenvrije kabels én zorg voor een goede aarding van FB-kabelgoot of -ladderbaan. Aanbevolen installatiewijze: (halogeenvrije) standaard en FB-kabels gescheiden door scheidingsschot; bij ruimtegebrek FB-voedingskabels onderop en (afgeschermde) FB-signaalkabels bovenop.
 
terug naar boven
 
Voor zover bekend niet, echter de Draka signaalkabels Serie 2300 FB zijn ook geschikt, ondanks de afwijkende opbouw en adercodering. Bijzondere aandacht verdient niet alleen het tracé tussen brandmeldcentrale en IS/RA-punt (waar deze vraag op doelt), maar ook het tracé van IS/RA-punt naar buiten. Dit betreft een standaard kabel van het telecombedrijf zonder functiebehoud. In aanvulling op NEN 2535 is ook hier functiebehoud vereist, om bij brand een doormelding te kunnen garanderen. Brandwerende bescherming van zowel IS/RA-punt als het tracé naar buiten is dus noodzakelijk, tenzij e.e.a. reeds in een brandwerende ruimte c.q. langs een brandwerend tracé (bijv. een kruipruimte onder een betonnen vloer) is geïnstalleerd.
 
terug naar boven
 
Nee, dat mag niet omdat dit een halogeenhoudende buis is. Kunststof buis voor FB-kabels dient altijd halogeenvrij te zijn, net als de kabels zelf (zie ook vraag 18, 19 en 20).
NB In de praktijk wordt nagenoeg uitsluitend halogeenvrije kunststof buis gebruikt, hoewel stalen buis in principe ook mogelijk is (mits succesvol beproefd conform DIN 4102 deel 12). Nadeel van stalen buis is dat men een vullingsgraad moet aanhouden van ca. 50 %.
 
terug naar boven
 
FB-kabels vertegenwoordigen het hoogste niveau binnen de categorie brandveilige kabels (zeer speciale toepassingen daargelaten). Deze kabels zijn achtereenvolgens zelfdovend, moeilijk brandbaar, halogeenvrij, low smoke én hebben functiebehoud. Dergelijke hoogwaardige kabels mogen niet worden gecombineerd met producten die deze eigenschappen nadelig kunnen beïnvloeden, zoals o.a. PVC-buizen. Bij brand kan het functiebehoud van een FB-kabel namelijk negatief worden beïnvloed door halogeenhoudende materialen in de onmiddellijke nabijheid (de reden waarom FB-kabels zelf ook halogeenvrij zijn).
 
terug naar boven
 
19. Waarom moeten FB-kabels bij buismontage altijd in halogeenvrije buis worden geïnstalleerd?terug naar boven
 
Een halogeenvrije buis voor FB-kabels hoeft op zichzelf geen functiebehoud te hebben, omdat bij brand de FB-bevestiging (beugels+ankers) voldoende ondersteuning biedt.
 
terug naar boven
 
Ja, dat is toegestaan zolang er naast de FB-beugels extra halogeenvrije kunststof of FB-beugels worden gebruikt om te voldoen aan NEN 1010. Het type FB-beugel bepaalt namelijk welke bevestigingsafstand mag worden aangehouden voor het functiebehoud bij brand op basis van een DIN 4102 deel 12-testcertificaat. Dit certificaat is echter geen bewijs van een deugdelijke bevestiging; de hiervoor maximaal toelaatbare beugelafstand wordt bepaald door o.a. de kabeldoorsnede, ligging verticaal of niet-verticaal, installatie in buis of niet (zie NEN 1010:2007+C1:2008 bep. 522.8.4 en NPR 5310 Blad 48). M.a.w.: de FB-beugels dekken het functiebehoud bij brand af en de combinatie met extra halogeenvrije kunststof of FB-beugels een deugdelijke bevestiging conform NEN 1010.
 
terug naar boven
 
NB Met het verschijnen van NPR 2576 in juli 2005 is een einde gekomen aan allerlei interpretaties van het begrip “deugdelijk” in relatie tot de bevestigingsafstand.
In NPR 2576 staat: “Van de bevestigingsafstanden genoemd in de toelichting van NEN 1010 mag worden afgeweken mits de fabrikant kan garanderen (aantonen met certificaten) dat, als het systeem op de voorgeschreven wijze wordt toegepast, dit systeem niet alleen tijdens brand maar ook gedurende de levensduur van de kabels aan de bepalingen van NEN 1010 voldoet.”.
Het spreekt voor zich dat de genoemde certificaten door een onafhankelijke geaccrediteerde keuringsinstantie moeten zijn afgegeven. Kan de leverancier van het FB-systeem dergelijke certificaten niet overleggen, dan dient hij zicht v.w.b. de bevestigingsafstanden te conformeren aan NEN 1010.
 
terug naar boven
 
Er is geen enkele Nederlandse norm die een systeemgarantie vereist voor functiebehoud. Het volstaat om door uzelf gekozen FB-componenten (bijv. de beugels en de ankers van bovengenoemde leverancier en een FB-kabel van Draka) te installeren volgens de richtlijnen van die leverancier én de geldende normen (zie ook vraag 7 en 11).
 
terug naar boven
 
Ja, dat mag, FB-kabels zijn over het algemeen echter niet bewapend (omvlochten of gearmeerd).
In de grond is aanvullende mechanische bescherming (bijv. slagvaste buis met waterdicht gemaakte uiteinden) dus raadzaam en voor onbewapende FB-voedingskabels zelfs verplicht. Bewapende FB-kabels zijn overigens op aanvraag leverbaar.
 
terug naar boven
 
In dit geval zijn dat m.n. de NEN 2535 en NEN2575 (en dus ook de NEN 1010) en vanwege functiebehoud de NPR 2576. In NPR 2576 staat dat standaard kabel op een diepte van minimaal 50 cm langdurig functiebehoud (> 90 min.) garandeert (zie blz.14 punt 5.1). Het is dus in principe mogelijk om voor het realiseren van een transmissieweg met functiebehoud tussen de gebouwen standaard (grond-)kabel toe te passen (op voldoende diepte) en in de gebouwen FB-kabel. Hierbij verdienen 2 punten extra aandacht:
 
1. Lassen in transmissiewegen dienen te worden vermeden (zie ook vraag 14).
2. Een overgang tussen beschermingswijzen behoort zo te zijn beschermd, dat aan de gestelde prestatie-eis tijdens een brand wordt voldaan. Het toepassen van verschillende beschermingswijzen in één circuit dient vooraf te worden overeengekomen met de bevoegde autoriteit.
 
ad 2: De plaats van overgang is bepalend voor de te gebruiken materialen en installatiewijze. Bevindt de overgang tussen standaard en FB-kabel zich in een beschermd gebied, bijv. in een “brandveilige” kruipruimte (zie NPR 2576 blz. 16 punt 5.4), dan is een standaard of zonodig waterdichte lasdoos voldoende. Buiten een beschermd gebied is dat uiteraard niet het geval (zie NPR 2576 blz. 17 punt 5.6).
 
terug naar boven
 
 
a) op betonnen wanden/plafonds?
conform leverancier van FB-draagsysteem/-bevestigingsmateriaal (o.a. FB-betonankers gebruiken)
 
b) op stenen wanden?
conform leverancier van FB-draagsysteem/-bevestigingsmateriaal (o.a. FB-steenankers gebruiken)
 
c) op gasbetonwanden en -plafonds?
conform leverancier van FB-draagsysteem/-bevestigingsmateriaal (o.a. FB-gasbetonankers gebruiken)
 
d) op gipswanden en -plafonds?
zie Algemeen1 (gebruik op zijn minst metalen hollewand-/tuimelpluggen bij bevestiging op de gipsplaat zelf)
 
e) in metalstut-wanden en -plafonds?
zie Algemeen1 (gebruik op zijn minst metalen hollewand-/tuimelpluggen bij bevestiging op de gipsplaat zelf)
 
f) op gibo-wanden?
zie Algemeen1 (gebruik op zijn minst extra lange schroeven2 zonder plug; boor het gat iets kleiner dan de schroef)
 
g) op en in staalconstructies?
zie Algemeen1 (gebruik op zijn minst metalen schroefklemmen voor draadeindbevestiging aan stalen flensen, bijv. Erico-Caddy type TKN/BTK)
 
h) op damwand profielplaten?
zie Algemeen1 (gebruik op zijn minst metalen beugels voor draadeindbevestiging aan damwandprofielen, bijv. van Cable Masters)
 
i) op houten wanden en plafonds?
zie Algemeen1 (gebruik op zijn minst metalen hollewand-/tuimelpluggen bij bevestiging tussen de balken en eventueel extra lange schroeven2 rekening houdend met de inbranddiepte van de betreffende houtsoort bij bevestiging op de balken)
 
j) in houten balken?
· lichte houten balken:
zie Algemeen1 (gebruik eventueel extra lange schroeven2 rekening houdend met de inbranddiepte van de betreffende houtsoort)
· zware houten balken: gebruik extra lange schroeven2 rekening houdend met de inbranddiepte van de betreffende houtsoort of bevestig draadeinden ‘door en door’
 
1) Algemeen
Bij voorkeur vermijden door ander tracé te kiezen (bijv. door kruipruimte onder betonvloer of langs dragende elementen v.h. gebouw); alternatief de ondergrond qua brandwerendheid zodanig opwaarderen (bijv. behandelen met brandwerende coating) dat bij brand het vereiste functiebehoud van de er aan bevestigde FB-bekabeling aannemelijk is; in ieder geval er naar streven dat de FB-transmissieweg niet nog eerder faalt dan de ondergrond.
 
2) Zo nodig en afhankelijk van de belasting 1 à 2 maten zwaarder kiezen dan gebruikelijk.
 
terug naar boven
 
FB-minikabelkanaal gebruiken (gelakt of gegalvaniseerd). Indien dit evenmin acceptabel is en alternatieve tracés niet haalbaar zijn, dan gaat de realisatie van een goed werkende brandbeveiligingsinstallatie uiteindelijk boven eventuele esthetische wensen (lees: men zal enige vorm van zichtwerk moeten accepteren).
 
De NPR 2576 zegt hier namelijk niets over.
Dat klopt, echter in art. 4.1 naast fig. 7 onder Toepassing staat: “Zie gebruiksaanwijzing en certificaat leverancier”. In dit certificaat staat het buistype nader omschreven. Ook al staat het er dus niet expliciet, het buistype is wel degelijk gedefinieerd en altijd halogeenvrij. Het komt hierop neer dat alleen materialen die succesvol met FB-kabels zijn getest conform DIN 4102 deel 12 zijn toegelaten. Deze materialen staan dan ook vermeld in het testrapport c.q. certificaat van hetzij de kabelleverancier, hetzij de buisleverancier of allebei. Als uit geen enkel officieel document blijkt dat een buis geschikt is voor FB-montage, dan mag de buis dus niet worden toegepast.
 
+